Molaire Massa

TERUGHome.html
Mol

Mol

De molaire massa, of korter de molmassa, is het aantal gram van een bepaalde stof, die zich in één mol van die stof bevindt. Als je wilt weten wat een mol is, dan zou je deze andere pagina eerst kunnen lezen: hier klikken. Dus de molaire massa is de massa (in gram) van een bepaalde hoeveelheid deeltjes (in mol) van die stof. Molaire massa is de grootheid; iets wat je kunt meten. De eenheid van de molaire massa is u. Hieronder staat een deel van de lijst met de molaire massa´s van enkele elementen.

Laten we wat gaan kijken en rekenen met deze lijst. Je ziet dat als je het element koolstof bekijkt, dat één mol koolstof een massa heeft van 12,011 gram; en dat het element calcium een massa heeft van 40,078 gram per mol, of 40,078 u. Het molecuul zuurstof bestaat uit twee zuurstof atomen: één mol atomen zuurstof heeft een massa van 15,999 gram, dus één mol moleculen zuurstof (twee atomen zuurstof) heeft een massa van 31,998 gram.


Nu willen we weten wat de molmassa van water (H2O) is: water bestaat uit twéé waterstofatomen en één zuurstof-

atoom. De berekening gaat zo: 2 ∙ molmassa van H (waterstofatoom) + 1 ∙ molmassa van zuurstofatoom (O) = 2 ∙ 1,0079 u + 1 ∙ 15,999 u = 18,0148 u = 18,0148 gram per mol. Dus één mol water heeft massa van 18,0148 gram.

Nu berekenen we ten slotte om het helemaal duidelijk te maken de molaire massa van zilvernitraat (AgNO3). Daarvoor gebruiken we nu ook de tabel hiernaast erbij. Zilvernitraat bestaat uit één zilverdeeltje (Ag), één stikstofdeeltje (N) en drie zuurstofdeeltjes; daaruitvolgt: molmassa van AgNO3 = 1 ∙ 107,87 u + 1 ∙ 14,0067 u + 3 ∙ 15,999 u = 169,8737 u = 169,8737 gram per mol.

Element nummer 44 is Ruthenium

Dit zijn de overblijvende tabellen van al de andere elementen:

van cesium tot thallium

van lood tot hassium

nr 95 : americium

nr 106 : seaborgium

nr 117 : tennessine

van meitnerium tot oganesson

Berekeningen met mol (mol), molaire massa (u), massa (g) en volume:


Het is ook handig om te kunnen rekenen tussen de hoeveelheid stof/deeltjes, de massa, de molaire massa en het volume; want zo zie je de verbanden tussen dezen.


We gaan rekenen met water; H2O. De molaire massa is nog steeds 18,0148 u.

Stel ik heb een emmer met 5,6 liter water. Hoeveel mol water zou dat zijn?


Stap 1:    5,6 liter water = 5,6 dm3 water = 5,6 ∙ 10-3 m3 water = 0,0056 m3 water


Stap 2:    het soortelijke gewicht van water is 0,998 ∙ 103 kg per m3, of 0,998 g per cm3. Volgt daar dan niet uit dat de massa van 5,6 liter water gelijk is aan: 0,998 ∙ 103 ∙ 0,0056 = 5,5888 kg? Ja, dat volgt eruit. De massa in grammen is 5588,8 g.


Stap 3:    De molaire massa van water is 18,0148 u; dat is 18,0148 gram per mol. We hebben 5588,8 gram, dus 5588,8 / 18,0148 = 310,2 mol water.


Conclusie:    5,6 liter water = 310,2 mol water (bij standaardruk en standaardtemperatuur)

Hoeveel mol zit er in een mol?

De eenheid van molaire massa is „u“, dat komt waarschijnlijk van het Engelse woord „unit“; dat betekent in het Nederlands „eenheid“. Eerst was de „eenheid“ de moliare massa van 1 atoom waterstof (H) en dat is 1. Nu is de „eenheid“ gelijk aan 1/12 de deel van de molaire massa van koolstof-12 (C-12, dat is een isotoop van het element koolstof, C); die molmassa van C-12 is precies 12 én een 12de deel van 12 is 1.