Röntgenapparaten

TERUGHome.html
Röntgenapparaten

Röntgenapparaten

Röntgenapparaten in ruimere zin zijn alle apparaten waarin röntgenstralen worden gebruikt, hetzij in de geneeskunde voor diagnotische of therapeutische doeleinden, hetzij in de techniek voor materiaalonderzoek. De apparatuur en de buistypen die men hiervoor toepast zijn voor elk doel verschillende uitvoeringen en buisconstructies vooral gericht op het toevoeren van een zo groot mogelijke hoeveelheid straling in de ziektehaard, terwijl het omgevende weefsel daarbij zo min mogelijk moet worden aangetast.


Röntgenstralen zijn kortgolvige elektromagnetische trillingen, die het vermogen bezitten om door vaste lichamen heen te kunnen dringen. [zie Röntgenstralen] Ze worden gevormd als in een luchtledige ruimte elektronen eerst vrijgemaakt, dan sterk versneld en tenslotte afgeremd worden, en dit is precies wat in de röntgenbuis plaats vindt. Voor het vrijmaken van de elektronen wordt de uit wolfram bestaande gloeidraad van de kathode door een elektrische stroom witgloeiend verhit; de elektronen treden bij circa 2000°C uit. Ze worden dan versneld door een tussen de anode (+) en de kathode (-) aangelegde hoge spanning (van circa 10.000 tot meerdere honderdduizenden volt). De afremming van de elektronen geschiedt bij het opvallen op de anode (brandvlek). Tegenwoordig is de anode in de meeste buizen als een schotelvormige draaianode uitgevoerd; daardoor wordt op elk ogenblik een ander deel van de anode als brandvlak verhit. De röntgenbuis zelf (een glazen ballon met anode en kathode) is omgeven door een afschermende omhulling; een olievulling dient voor het afvoeren van de bij gebruik vrijkomende warmte. De voor de versnelling in de buis benodigde hoge spanning wordt geleverd door een hoogspanningstransformator, die de draaistroomspanning van het net omhoog transformeert op de voor de medische diagnostiek vereiste waarde. Om alle stroomstoten van de wisselstroom in dezelfde richting door de buis te laten gaan zijn een aantal gelijkrichtbuizen voorgeschakeld. Er zijn installaties met vier en met zes gelijkrichtbuizen, waarvan de laatste het grootste vermogen bezitten. In de moderne apparatuur zijn deze vervangen door sperlaaggelijkrichters.


Het beste worden op röntgenfoto's beenderen en met contrastmiddelen gevulde holle organen weergegeven. Voor het fotograferen van beenderen wordt in het algemeen de Bucky-tafel toegepast (met de röntgenbuis met dieptediagragma en lichtkap opgesteld op een statief boven een tafel met verschuifbaar strooistralenscherm), voor opnamen van het maagdarmkanaal en voor hart- en longendoorlichting gebruikt men het doorlichtingsapparaat. Het fotograferen van kleinere lichaamsdelen als vingers, handen of tenen gebeurt met een röntgenbol, waarbij röntgenbuis en transformator in één buis zijn samengebouwd. Van een schakelpaneel uit kan men naar keuze de Bucky-tafel voor beenderopnamen of het doorlichtingsapparaat bedienen.


In de röntgentherapie wordt vooral bij de behandeling van kankergezwellen met veel hogere spanningen gewerkt dan in de diagnostiek. Ook hierbij is de patiënt gelegen op een tafel of gezeten voor de therapiebuis. De stralingsbron werkt vanuit een vast punt ofwel hij wordt volgens een bepaald schema bewogen, zodat de uit de buis tredende röntgenstralen steeds op de ziektehaard gericht blijven maar voortdurend in andere bovenliggende weefsels van de patiënt treden. De aanduiding 'laagopname' (planigrafie of tomografie) heeft betrekking op een bepaalde techniek waarmee men ziektehaarden op een zekere diepte in het lichaam goed op een röntgenopname kan afbeelden. Men kan met (op verschillende manieren geproduceerde) laagopnamen bijvoorbeeld aantastingsholten in de longen bij tuberculeuze ziekteverschijnselen precies vaststellen en localiseren. Bij de tomografie worden die opnamen bijvoorbeeld in de verschillende laagdiepten met tegengesteld gekoppelde bewegingen van buis en film uitgevoerd, waarbij beide cirkelvormige banen afleggen. Aldus verkrijgt men een afbeelding waarop alleen lichaamsweefsels op de gewenste laagdiepte scherp getekend worden weergegeven.